Volmaakt en nog niet Volmaakt

Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ik ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar een ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs van de roeping van God, die van boven is, in Christus Jezus. Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren; maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook verder!” (Fil. 3:12-16 NBG).

Wat is het nu? Zijn we volmaakt of niet?
Ja, we zijn volmaakt. Hebreeën 10:14-17 zegt: “Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden. En ook de Heilige Geest geeft ons daarvan getuigenis, want nadat Hij gezegd had: Dit is het verbond, waarmede Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de Here: Ik zal mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven, en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken.”

Christus’ offer heeft ons volmaakt en ons geheiligd door ons een nieuwe geest en een nieuw hart te geven. Wij zijn geheiligd omdat Christus onze heiliging is geworden (1 Cor. 1:30). Hij IS ons leven GEWORDEN, ja ons alles, en daarom leeft Hij Zijn leven als ons.

Paulus was echter nog niet volmaakt wanneer het ging om de prijs van de roeping van God. Uitgaande van zijn volmaakt in Christus, had hij nog een doel om naar te jagen.

God stelt ons twee zaken voor ogen: 1) eeuwig leven, en 2) de prijs van de roeping van God. De prijs van de roeping van God is dat we deel mogen krijgen aan de Messiaanse beloften in Openbaring 2-3: “Wie overwint …”. Daartoe moeten we een doel bereiken die Petrus beschrijft als het einddoel van ons geloof, dat is “de zaligheid (behoud) van de ziel” (1 Petr. 1:9). Er is dus een volmaaktheid met betrekking tot onze geest en een onvolmaaktheid met betrekking tot de ziel.

Jezus zei: “Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?” (Matt. 16:24-26).

De ziel moet dus verloochend worden, zoals Paulus verwoordde: “Maar ik tel mijn leven niet en acht het niet kostbaar voor mijzelf, als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen en de bediening, die ik van de Here Jezus ontvangen heb om het evangelie der genade Gods te betuigen” (Hand. 20:24).

Jezelf verloochenen is niet hetzelfde als sterven aan jezelf. Sterven aan jezelf is een onmogelijkheid. Bovendien, we zijn al met Christus gestorven en opgestaan. We kunnen echter wel ons leven niet tellen en de dood in ons laten werken, opdat het leven in de ander werkt (2 Cor. 4:11,12). Dan “vullen wij in ons vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente” (Col. 1:24). Zo komen we als vaders in het geloof (1 Joh. 2:12-14), in de positie om deel te krijgen en de Messiaanse beloften en hebben we de volmaaktheid van een geslaagde geestelijke wedloop bereikt. Het kruis in het hart van God, dat Zich altijd geeft aan de ander, heeft dan ook in ons hart gewerkt voor de ander. Dan zullen we volmaakt zijn, zoals onze hemelse Vader volmaakt is (Matt. 5:48).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *