Verkocht onder de Zonde

Paulus zegt dat hij “verkocht is onder de zonde” (Rom. 7:14). Dit betekent niets anders dat hij onder de slavernij van de zonde staat. We zouden hieruit kunnen afleiden dat dit de toestand was van Paulus voordat hij tot geloof was gekomen, want nu wij zijn vrijgemaakt van de zonde, zijn we niet langer slaven van de zonde (vgl. Rom. 6:17,18). Maar dat is één kant van het verhaal. De andere kant is dat wij onszelf nog steeds open kunnen stellen voor de zonde (Rom. 6:12), weliswaar niet als een innerlijke macht, maar als een belager die aan de deur ligt (Gen. 4:7). Wanneer wij ons ten dienste stellen van de zonde, gehoorzamen wij de zonde ook als slaven (Rom. 6:16). “Verkocht onder de zonde” kan daarom ook op een gelovige betrekking hebben wanneer hij of zij de zonde binnenlaat. Er zijn echter meer aanwijzingen dat het hier om een gelovige gaat.

Ten eerste zien we dat vanaf vers 14 Paulus in de tegenwoordige tijd spreekt over zichzelf. Hij gebruikt de tegenwoordige tijd hier om het dramatische effect te verhogen. Een voorbeeld vinden we in de zin “Wil ik snel naar je toekomen, is mijn fiets gestolen!” De tegenwoordige tijd is daarom niet beperkt tot een beschrijving die samenvalt met het spreekmoment. Een tegenwoordige tijd kan verwijzen naar het verleden, heden, maar ook naar de toekomst: “Volgende week laat ik je weten of ik kan”. Wanneer Paulus dan ook zegt dat hij vlees is en verkocht is onder de zonde, hoeft dit niet per se een statische toestand aan te geven die heel zijn leven geldt. In Romeinen 7 krijgt het daarom de betekenis: “Ik was dood voor de wet, maar nam de wet toch als norm aan om naar te leven, laat ik toch weer vlees zijn en een slaaf van de zonde worden en me een ellendig mens weten!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *