Het Doel van de Gelijkenissen in de Bijbel

Wat is een gelijkenis? Een gelijkenis of een parabel is een literair genre, waarin een waarheid wordt verduidelijkt in een aanschouwelijk, menselijk verhaal. Een gelijkenis heeft vaak de bedoeling te moraliseren.

Gelijkenissen vinden we vooral in de Bijbel. Toen Multatuli zijn bekende parabel van de Japanse steenhouwer schreef, deed hij dit in bijbelse taal.

Het woord “gelijkenis” is in het Grieks “parabole” en afgeleid van het Griekse werkwoord “paraballoo”. Het werkwoord betekent “bij (iets of iemand) werpen, plaatsen naast”. Het Griekse “para” betekent “naast” en “balloo” betekent “gooien” of “werpen”.

Een gelijkenis heeft daarom tot doel om naast een bestaande waarheid, aanvullende waarheid te plaatsen (“te werpen”), om de bestaande waarheid verder te verklaren. De gedachte is niet om die waarheid te verbergen, maar om die waarheid te verduidelijken.

In Marcus 4:30 lezen we:
Hoe zullen wij het Koninkrijk Gods afbeelden, of onder welke gelijkenis zullen wij het brengen?
[ St. vert.: “met wat gelijkenis zullen wij het vergelijken”]”.

Letterlijk staat er in de Griekse tekst: “met welke vergelijking (Gr. parabole) vergelijken wij het (Gr. paraballoo)”.

Een gelijkenis is eenvoudig een aanvullende waarheid geplaatst naast een bestaande waarheid om de bestaande waarheid uit te leggen. Als iemand de bestaande waarheid verwerpt, heeft de aanvullende waarheid geen betekenis voor hem. Anderzijds, als iemand de bestaande waarheid begrijpt, zal de aanvullende waarheid bruikbare informatie verschaffen. De Schriftgeleerden in het Nieuwe Testament verwierpen de bestaande waarheid en de discipelen begrepen de bestaande waarheid. In beide gevallen bepaalde dit hoe hun begrip van de gelijkenissen was.

Gelijkenissen komen niet alleen voor in het Nieuwe Testament, maar ook in het Oude Testament (Richt. 9:7-15; 2 Sam. 12:1-4; Jes. 5:1-7). In het Nieuwe Testament komen gelijkenissen pas in het volle voetlicht nadat Israël het koninkrijk der hemelen had verworpen. In het evangelie naar Matthéüs komen ze pas voor ná Matthéüs 12:22-37. Direct na de climax van Matthéüs 12:22-37, zien we dat de Heer in Matthéüs 13:1 het huis verlaat, dat wil zeggen, Hij keert zich af van het huis van Israël en begint in gelijkenissen te spreken. De eerste gelijkenis, de gelijkenis van de zaaier, moet daarom betrekking hebben op de gemeente van Christus met het oog op vrucht voor het komende koninkrijk, en niet met betrekking tot Israël en het komende koninkrijk. Alle zeven gelijkenissen in Matthéüs 13 hebben daarom te maken met het komende koninkrijk van Christus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *