Wat is Christelijke Mystiek?

Het is belangrijk deze vraag direct te stellen, want bij veel christenen gaan de luiken meteen dicht wanneer zij het woord mystiek horen. Dat is begrijpelijk, want dit woord roept verschillende betekenissen op. Zo wordt mystiek vaak gezien als geheimzinnig, verborgen, raadselachtig, vaag, zweverig of psychisch afwijkend. Mystiek wordt al snel vereenzelvigd met boeddhisme of New Age. Het is duidelijk, als er zoiets bestaat als christelijke mystiek, dat deze betekenissen en associaties niet voegen met het christelijke leven.

Het geheimenis

Het woord ‘mystiek’ komt van het Griekse woord musterion dat ‘geheimenis’ of ‘verborgenheid’ betekent. Een geheimenis of verborgenheid is iets wat alleen bij ingewijden bekend is. Het geheimenis in het Nieuwe Testament is echter door het evangelie door God bekendgemaakt. Zo lezen we in Colossenzen 1:26:
Het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen” (Col. 1:26).
Het geheimenis in het Nieuwe Testament heeft verschillende aspecten. Allereerst is er het geheimenis van Christus: “Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus” (Ef. 3:4). Verder kennen we het geheimenis van het evangelie, dat we als een onderdeel van het geheimenis van Christus kunnen beschouwen:
Ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken” (Ef. 6:19).
Verder kennen we nog het geheimenis van de wetteloosheid:
Want het geheimenis van de wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is” (2 Thess. 2:7).
Wanneer we over het geheimenis in het Nieuwe Testament lezen, kunnen we dit terugbrengen tot het geheimenis van Christus en het geheimenis van de wetteloosheid. In beide gevallen is er sprake van de incarnatie van een bovennatuurlijk persoon in de vorm van een mens, hetzij van Christus, hetzij van de antichrist.
Christus kwam als een geheimenis. Hij was God die als mens op deze aarde verscheen. “De wereld heeft Hem niet gekend” (Joh. 1:10), maar de wereld voelde wel aan dat Hij anders en onverklaarbaar was. Het geheimenis van Christus is dat God in Christus mens werd. Maar dat is niet alles, want in Efeziërs 5:31,32 lezen we:
Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn. Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en op de gemeente”. Dit is de gemeente die Zijn lichaam is (Ef. 1:22,23), en we zien dat de gemeente in het geheimenis wordt betrokken, dat wil zeggen dat het geheimenis niet wordt beperkt tot het individuele lichaam van Christus Zelf, maar tot heel Zijn collectieve lichaam, waarvan Hij het hoofd is. Zó wordt de gemeente van Christus ook een onverklaarbare incarnatie die de wereld niet kan vatten. De gemeente is een collectief geestelijk lichaam, waar God in Christus vlees is geworden. Voor de wereld, die aards is en geen verklaring heeft voor dit hemelse lichaam, blijft dit geheimenis verborgen.

Een christelijke mysticus kunnen we definiëren als een christen die zich uitstrekt naar het bewust zijn van God in hem of haar, niet als een voorwerp van dogmatische kennis, maar als het organische leven dat we in Christus bezitten, als een ervaring waar we ons bewust zijn van ons een-zijn met Hem. Het is duidelijk dat er geen sprake kan zijn van enig christelijk geloof als dit element afwezig is. Christelijke mystiek streeft daarom naar de innerlijke beleving van God en dit streven wordt mysticisme genoemd. Dit streven zien we bijvoorbeeld bij David wanneer hij zegt: “Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God …” (Ps. 42:3). Christelijke mystiek is daarom het hart van ons geloof, want het is de meest intieme en intense vorm van ons kennen van God. Christelijke mystiek schakelt ons verstand niet uit, maar verschaft het verstand een nieuwe dimensie om Christus te kennen. Voor de mysticus blijft er in Christus altijd een element dat verborgen is en waarnaar hij of zij zich uitstrekt.
In de kerkgeschiedenis waren de mystici veelal goede kenners van de Bijbel en praktisch ingesteld. De mysticus is zich bewust dat intellectuele kennis van de Bijbel nog niet betekent dat men ingewijd is in de diepten en hoogten van het leven in Christus. Het is onjuist dat christelijke mystici wereldvreemde navelstaarders waren. Integendeel, bij hun innerlijke zoeken van Gods koninkrijk (Luc. 17:21), waren zij juist vol bewogenheid voor mensen en met een hart vol meeleven met hen.

De mystieke geschriften in de kerkgeschiedenis zijn niet altijd even toegankelijk. Er is niet altijd een duidelijk omschreven theologie te bespeuren, omdat het vaak een verslag is van de weg die Christus met de gelovige gaat en we de tijd en de omstandigheden moeten begrijpen waarin die geschriften zijn geschreven. Toch zien we een gemene deler, een centrale leerstelling die een innerlijke weg laat zien van verschillende stappen om tot diepere eenheid met God te komen. De mysticus Jacob Böhme verwoordde het zó: “Diep in het hart van elk mens is er een honger naar het Mysterium Magnum”. Blaise Pascal zei: “Er is een honger in ieder hart, dat alleen door God gestild kan worden”.
De mysticus stelt dat die honger alleen gestild kan worden door de innerlijke weg. Dit is het grote doel van de mysticus: de eenheid met God, waarin God alles in ons is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *