Wanneer de Genade Heerst

Opdat, gelijk de zonde als koning heerste in de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid ten eeuwigen leven door Jezus Christus, onze Here” (Rom. 5:21).

Nu was er te Damascus een discipel, genaamd Ananias; en de Here zei tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zei: Zie, hier ben ik, Here” (Hand. 9:10).

Hoewel ze broers in Christus waren, was er een groot verschil in het zichtbare tussen Paulus en Ananias. Paulus’ werkterrein was het Romeinse Rijk, terwijl de Bijbel Ananias beperkt tot Damascus (Hand. 9:10).

Paulus werd door God geroepen als een uitverkoren werktuig (Hand. 9:15). Hij had een enorme kennis van het Jodendom en hij schreef een groot deel van het Nieuwe Testament. Al deze dingen waren niet toegeschreven aan Ananias.

Paulus heette vóór zijn bekering Saulus (Hand. 7:58). De Griekse vorm ‘Saulos’ betekent “gewenst, verlangd”. De Latijnse naam Paulus betekent ‘klein’ of ‘gering’. Hij had de gemeente van God vervolgd en noemde zichzelf “verreweg de geringste van alle heiligen”  (Ef. 3:8). Dan zien we Ananias geestelijk naast Paulus, omdat Ananias (de Griekse vorm van de Hebreeuwse naam ‘Chananja’) betekent ‘Jahwè is genadig’.

Wanneer de genade heerst, is het niet van belang of we een Paulus of een Ananias zijn, omdat Christus door genade het beeld vult en het niet meer mijn ik is, maar Christus (Gal. 2:20). We vergelijken Christus niet met Christus. Beide mannen wandelden door dezelfde inwonende Geest die Zich uitdrukte in hun unieke menselijke vorm. Elk leven is voor God een uniek voorrecht en manifestatie omdat Christus in al Zijn volheid zijn of haar leven is.

Wanneer Christus kiest om in ons te leven op een onopgemerkte, verborgen en zelfs onbegrepen en verworpen manier, zonder uitzonderlijke natuurlijke gaven, dan is dat heerlijkheid van God. De Heer openbaart zich dan in ons in het nadrukkelijke besef dat we niets in onszelf hebben (vgl. Matt. 5:3; Joh. 15:5b), en dat we wandelen in de identiteit van Zijn overweldigende volheid in Gods Geest die verenigd is met onze geest (Col. 2:9,10; 1 Cor. 6:17).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *