De Basisprincipes van onze Eenheid met Christus (1)

Ddoor Roel Velema

Basisprincipe 1: Een christen leeft in een twee-eenheid met Christus

De eenheid van de gelovige met Christus door de Heilige Geest wordt beschreven in 1 Corinthiërs 6:17: “Wie zich echter met de Heere verenigt, is één geest (met Hem)” (HSV).

Wanneer we zijn wedergeboren zijn, worden we één geest met Gods Geest en worden we deelgenoten aan de goddelijke natuur. Het woord ‘verenigt’ in 1 Corinthiërs 6:17 is een vertaling van een Grieks werkwoord dat verwant is aan het woord kolla dat ‘lijm’ betekent. Gods Geest en mijn geest zijn als ‘gelijmd’, als twee vellen papier. Wij zijn één, maar te onderscheiden. We leven in eenheid in geest. Eén geest zijn, impliceert Gods Geest ALS mijn geest. Christus is het licht van de wereld en daarom zijn wij ook het licht van de wereld (Joh. 8:12, Matt. 5:14), omdat wij als één geest zijn.

Christus leefde in eenheid met zijn Vader. Hij was niet de Vader, maar toch was Hij één met de Vader. De Vader had Hem gezonden (Joh. 14:24), dus onderscheidde Hij zich van de Vader. Toch zei Jezus: “Ik en de Vader zijn één” (Joh. 10:30), en “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” (Joh. 14:9). Christus drukte daarom de essentie van de Vader uit in een twee-eenheid, maar NOOIT als een onafhankelijk zelf:

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De Zoon kan NIETS van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen, want al wat Deze doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze” (Joh. 5:19), en dat “… ik vanuit Mijzelf NIETS doe, maar dat Ik die dingen spreek zoals Mijn Vader Mij heeft onderwezen” (Joh. 8:28).Wat waar is voor de Vader en Christus, is ook waar voor Christus en mij:
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, opdat zij allen één zullen zijn, ZOALS U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat OOK ZIJ in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt” (Joh. 17:20,21).

Door de dood en opstanding van Jezus Christus zijn gelovigen één (geest) geworden, zoals ook de Vader en Christus één zijn. Dit is geen hoog doel dat we willen bereiken, maar het is Gods standaard, ons uitgangspunt. Geloof je dat? Gelooft je dat wie jou heeft gezien, Christus heeft gezien? Gelooft je dat jouw geest en Gods Geest “één geest” zijn?

In de opstanding word ik opgewekt in “vereniging” met Christus. De TWEE van ons, Christus en ik, zijn ÉÉN geest. De ene geest slokt de andere niet op. Ik sta op de voorgrond en Christus is het leven dat Hij in mij leeft, ALS mij. Christus was niet de Vader, maar Hij drukte de Vader uit ALS Christus. Christus leeft in mij en ik druk Christus uit ALS mij. Christus en ik leven als één. Twee ALS één is de sleutel tot onze vereniging. Het is niet alleen Christus in mij, maar Christus ALS mij. Gods Geest ALS mijn geest impliceert Christus ALS mij.

{wordt vervolgd}

Een Komende Reformatie

Het is me al een aantal jaar duidelijk dat een komende reformatie een definitieve openbaring moet zijn van onze eenheid met Christus in de geest, een werkelijke perceptie van Galaten 2:20. Men vindt zelden een gelovige die zegt dat Christus Zijn leven leeft in zijn of haar sterfelijk vlees. Dit betekent dat onze vereniging met Hem (1 Cor. 6:17), 100% Christus is en 100% mijzelf, niet één deel Christus en een ander deel menselijk, alsof Christus ons helpt het christelijke leven te leven. Er komt een moment dat God het niet langer neemt en Christus zijn rechtmatige plaats zal innemen. Dit betekent het einde van het dualisme van ik hier en God daar, en zie ik me als twee-eenheid – te onderscheiden, maar niet te scheiden. Alleen op die basis kan God alles in allen zijn. De test om te weten of we dit hebben begrepen, is als we met ons hele hart kunnen zeggen dat Christus Zijn leven leeft ALS ons. Hoewel Hij altijd de Schepper is en wij altijd het schepsel, moet onze conclusie van Galaten 2:20 toch zijn dat wij Christus zijn in onze menselijke opmaak van ziel en lichaam. Dan hebben we ook geen probleem met Johannes’ woorden: “want gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld” (1 Joh. 4:17b). Hieruit vloeit alle verdere reformatie voort. Maar de vraag is of de gemeente van Jezus Christus haar Pniël al heeft bereikt en haar Romeinen 7 “sprong in het geloof” (Kierkegaard) wil maken.

Wanneer de Genade Heerst

Opdat, gelijk de zonde als koning heerste in de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid ten eeuwigen leven door Jezus Christus, onze Here” (Rom. 5:21).

Nu was er te Damascus een discipel, genaamd Ananias; en de Here zei tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zei: Zie, hier ben ik, Here” (Hand. 9:10). “Wanneer de Genade Heerst” verder lezen