The Impossible Situation

by Roel Velema

Christ is ALL in ALL in the believer through union in the spirit (1 Cor. 6:17). So in Him, in Christ, we move and have our being (Acts 17:28). This frees is forever from the necessity and possibility to move without Him. The Lord stresses this continually in order not to despair about our temporary and visible lives (cp. 2 Cor. 1:8), and lift up our situations to the level of the Spirit. What is the impossible situation here below, is in the land of resurrection and ascension, in our spirit, where He is ALL in ALL, the normal Christian life.

You have said, ‘Seek my face.’ My heart says to you, ‘Your face, LORD, do I seek’“ (Ps. 27:8). When His ALL speaks from Spirit-spirit to soul, while “fire is set to the course of nature” (James 3:6), His faith substantiates “that God raises the dead” (2 Cor. 1:9).

God’s way is always in the sea (cp. Ps. 77:19). Caught between the army of Pharaoh and the sea, the sea proves to be way out through resurrection. Jesus went to Calvary, “his departure [Gr. ‘exodus’], which He was about to accomplish at Jerusalem” (Luke 9:31). Calvary is our way out, our opened sea, our exodus. How lengthy the evening shadow may be, we don’t look at the appearances which have no power. We see the exodus, the way out, which was there all the time.

In Him we move and in Him He moves everything and everyone. In ourselves we cannot move people one inch unto fullness. Others may criticize us, misunderstand us, reject us, but in Him, they are powerless against His initiated prayer (cp. Ezek. 36:37a) as us. We rejoice in the God who raises the dead and therefore our movement in Him is always a sacrificial move because the new life is contained in a new heart marked by the cross.

The impossible situation is a call to ask: “Lord, what are You up to?”, ready by faith to lay down our lives and stand in the breach on behalf of others. The mark of a mature Christian is the non-dualistic grasp of union in spirit, expressed in intercession, i.e. to stand in the gap for others, “filling up what is lacking in Christ’s afflictions for the sake of his body, that is, the church” (Col. 1:24).

The Basics of Our Union with Christ (2)

by Roel Velema

Basic 2: Man is a tripartite being (as seen in salvation)

Now may the God of peace himself sanctify you completely, and may your whole spirit and soul and body be kept blameless at the coming of our Lord Jesus Christ” (1 Thess. 5:23).

Man is a tripartite being comprised of spirit, soul, and body. Our salvation, within its complete scope (past, present, and future), pertains to our salvation with respect to our complete tripartite being. Scripture reveals that each of these three parts of man is subject to salvation at different times. Salvation is far more than our eternal salvation. Ephesians 2:8,9 speaks about our (past) eternal salvation, the salvation of the spirit.

There is also a present saving, which we find in Romans 5:10b: “now that we are reconciled, shall we be ‘[being’] saved by his life.” This present ongoing process of saving, has to do with an increase of awareness of our full rooting, our whole fullness of Christ in whom we already have been filled in completely (Col. 2:9,10). This present saving is a present “reign in life through the one man Jesus Christ” (Rom. 5:17). This inward reign emanates from our union with Christ. This present reign pertains to the soul and is related to the “salvation of the soul” (1 Peter 1:9). Those who saved their souls, which has nothing to do with eternal salvation, have denied their natural lives and didn’t count their lives precious to themselves. They learned intercession, they learned to lay down their lives for others.

Finally, there is a future inherited salvation and a future redemption of the body.

Are they not all ministering spirits sent out to serve for the sake of those who are to inherit salvation?” (Hebr. 1:14). Eternal life is not an inherited salvation, because one has to become a son of God before one can become a heir of the testator. To inherit a future salvation is to inherit the coming kingdom in view of the millennial promises to the overcomers in Revelation 2-3. Ruling as kings in this present life inwardly then will become a rule with Christ outwardly. To determine whether we will be overcomers will determined at the judgment seat of Christ, where we will stand with “redeemed bodies” (Rom. 8:23).

So, salvation covers the whole panorama of our Christian life, and this cannot be seen clearly if we do not recognize that man has been made up by spirit, soul, and body.

Since Elohim is a Trinity, for man to be created in the “image” and “likeness” of God, he too must be a trinity. Unlike the dichotomous animal kingdom (created apart from the “image” and “likeness” of God) possessing only bodies and souls, trichotomous man (created in the “image” and “likeness” of God) is a triune being. Man not only possesses a body and a soul, but he also is spirit as well.

Jesus is Elohim manifested in the flesh; and having been made in the “likeness” of man (but apart from unredeemed man’s fallen nature), He, as man, must also be a trinity (John 1:14; Phil. 2:7). This tripartite nature of Christ, in Whom “dwelleth all the fulness of the Godhead bodily” (Col. 2:9), was clearly revealed at the time of His death. At this time Jesus yielded up His spirit, which went back into the presence of His Father in heaven (Luke 23:46; cf. Eccl. 12:7; Acts 7:59); His soul went into Hades, the place of the dead, and His body was removed from the Cross and placed in Joseph of Arimathea’s tomb (Matt. 27:57-61). This threefold separation persisted until the soul and spirit re-entered the body at the time Christ was raised from the dead.

Thus, God, Elohim, is a Trinity; Jesus, Elohim manifested in the flesh, is likewise a trinity; and man, created in the “image” and “likeness” of Elohim, can only be a trinity as well.

Accordingly, a complete redemption provided by the Triune God must, of necessity, pertain to man as a complete being. Man’s complete salvation must encompass spirit, soul, and body.

{to be continued}

De Basisprincipes van onze Eenheid met Christus (2)

door Roel Velema

Basisprincipe 2: De mens is een drievoudig wezen (zoals te zien in ons behoud)

En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus” (1 Thess. 5:23).

De mens is een drievoudig wezen: geest, ziel en lichaam. Het behoud van de mens in ruimste zin (verleden, heden en toekomst) omvat daarom het behoud van het totale wezen van de mens. De Bijbel openbaart ons dat elk deel van de mens, op verschillende tijdstippen, voorwerp van behoud is. Om behoud dus in zijn volle draagwijdte te begrijpen, moeten we eerst bepaalde dingen begrijpen over de drievoudige samenstelling van de mens.

Efeziërs 2:8,9 spreekt over onze (verleden) eeuwige zaligheid, het behoud van de geest.Er is ook een huidig behoud, waarvan Romeinen 5:10b spreekt: “… nu we  verzoend zijn, zullen we zullen we behouden worden [behouden wordende] door zijn leven.” Dit huidige proces van behoud, heeft te maken met de toename van ons bewustzijn dat wij volledig in Hem geworteld zijn, namelijk in heel de volheid van Christus die we in Hem hebben verkregen (Col. 2:9,10). Dit huidig behoud is een huidig “heersen door het leven door de ene mens Jezus Christus” (Rom. 5:17). Deze innerlijke heerschappij komt voort uit onze eenheid in de geest met Christus (1 Cor. 6:17). Deze huidige heerschappij is met het oog op het “behoud van de ziel” (1 Petrus 1:9). Zij, die hun zielen hebben behouden, hebben als wedergeboren personen hun natuurlijke leven verloochend en hun leven niet geteld. Ze hebben geleerd op de bres te staan voor anderen te staan en hun leven te geven voor anderen.

Ten slotte is er een toekomstige beërfd behoud en een toekomstige verlossing van het lichaam.
Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die de behoud zullen erven?” (Hebr. 1:14). Het eeuwige leven is geen beërfd behoud, omdat iemand eerst een kind van God moet worden om een erfgenaam van de erflater te worden. Een toekomstig beërfd behoud betekent het deelkrijgen aan de komende Messiaanse heerschappij op basis van de hemelse beloften aan de overwinnaars in Openbaring 2-3. Wanneer we innerlijk NU leren te heersen als koningen, als uitdrukking van het lijden van Christus door ons, zullen we DAN uiterlijk met Christus heersen. Wie een overwinnaar blijkt te zijn, wordt bepaald voor de rechterstoel van Christus, waar we zullen staan ​​met “verloste lichamen” (Rom. 8:23).

Behoud omvat daarom het hele panorama van ons christelijk leven. Dit kan niet duidelijk worden gezien wanneer we het onderscheid niet zien tussen geest, ziel en lichaam.Omdat Elohiem een ​​Drie-eenheid is, en de mens geschapen is naar het ‘beeld’ en de ‘gelijkenis’ van God, moet de mens ook een drie-eenheid zijn. In tegenstelling tot het dichotome dierenrijk, dat niet geschapen is naar het “beeld” en “gelijkenis” van God, en  alleen lichamen en zielen bezit, is de trichotomische mens (geschapen naar het “beeld” en “gelijkenis” van God) een drievoudig wezen. De mens bezit niet alleen een lichaam en een ziel, maar is ook geest.

Jezus is Elohiem die geopenbaard is in het vlees. Christus manifesteert Zich in de “gelijkenis” van de mens (met uitzondering van de gevallen natuur van de onverloste mens). Hij moet, als mens, ook een drie-eenheid zijn (Joh. 1:14; Fil. 2:7). Deze drievoudige aard van Christus, in Wie “alle volheid van de godheid lichamelijk woont” (Col. 2: 9), werd duidelijk geopenbaard rond Zijn dood. Toen gaf Jezus de geest, die terugkeerde naar Zijn Vader in de hemel (Lukas 23:46, vgl.. Pred. 12:7, Hand. 7:59); Zijn ziel ging naar hades, de plaats van de doden, en zijn lichaam werd geplaatst in het graf (Matt. 27:57-61). Deze drievoudige scheiding bleef bestaan ​​tot zijn ziel en geest opnieuw het lichaam binnengingen toen Christus werd opgewekt uit de dood.

God, Elohiem, is een drie-eenheid; Jezus, Elohiem, geopenbaard in het vlees, is eveneens een drie-eenheid; en de mens, geschapen naar het “beeld” en de “gelijkenis” van Elohiem, is ook een drie-eenheid. Ons volledig behoud door de Drie-ene God heeft betrekking op ons hele wezen en moet daarom een volledige behoud en verlossing zijn van geest, ziel en lichaam omvatten.

{wordt vervolgd}